Overpeltse duikschool

Scapa Flow

Het is half vijf in de ochtend als mijn wekker afloopt. Mijn koffer is al gepakt en ook het duikmateriaal staat klaar. Nog snel een kop koffie. Danny rijd al de oprit op. We laden alles in Danny zijn pick-up, en dan zijn we onderweg, we hebben een heel eind voor de boeg. Onze bestemming is Scapa Flow, een baai tussen de Orkney eilanden, ten noordoosten van Schotland. Ronny en Frank zijn ook van de partij. Onze eerste stop is in Calais. We rijden op de trein die ons via de kanaal tunnel naar Engeland brengt. Op 35 minuten staan we in Folkstone, het is even stressen als we van de trein rijden want iedereen rijd hier immers links! Het went echter snel en we spoeden ons richting noorden. Als we Londen naderen klinkt er niet veel goeds uit de radio, wegens een ongeval staat er een flinke file. Dat hebbben we geweten want het verkeer kruipt over de weg. Eenmaal Birmingham voorbij vlot het weer en zo geraken toch nog tijdig in Inverness. We overnachten in een bed and breakfast. Na een verkwikkende nachtrust wacht ons een uitgebreid schots ontbijt. Het laatste stuk van de reis leid over secundaire weg naar Scrabster helemaal in het noorden van Schotland. Hier nemen we de ferry naar Stromness op de Orkney eilanden. Op een kleine twee uur zijn we daar. Ondertussen genieten we van mooie vergezichten en, typisch voor de Orkneys, de wind. Als we aanmeren in de haven zien we de boot waarmee we de volgende dagen gaan duiken, de John L, al liggen. Hier maken we kennis met Leigh, de eigenares van de duikbasis, en met de andere duikers. We laden ons duikmateriaal op de boot en Leigh brengt ons naar de cottage waar we de rest van de week zullen verblijven.
DSC_0074.JPG

We gaan even de stad verkennen en vinden al vlug een winkel en natuurlijk een pub. We eten een hapje en besluiten de avond met een spelletje poker en een glaasje whiskey…
De volgende dag staan we fris en monter op en het leuke is dat er iemand is om het ontbijt klaar te maken voor ons. Maar een volledig schots ontbijt is me toch wat te veel. Spek, eieren, worstjes, witte bonen in tomatensaus en warme tomaten dat alles vergezeld van toast! Koffie en fruitsap zijn ook vrij verkrijgbaar. Spek en eieren is ruim voldoende voor mij.
Na het uitgebreide ontbijt wandelen we naar de John L en als iedereen aan boord is vertrekken we  uit de haven van Stromness de beroemde wateren van Scapa Flow op. Scapa Flow is een beschutte baai in de Orkney eilanden die tijdens de eerste en tweede wereldoorlog gebruikt werd als vlootbasis voor de Britse home fleet. Na de eerste wereldoorlog werden de schepen van de Duitse keizerlijke marine (hochseeflotte) geïnterneerd in Scapa Flow en onder bewaking van de Britse marine gesteld. Maar in juni 1919 gaf de Duitse bevelhebber, Ludwig von Reuter, het bevel de schepen tot zinken te brengen om te voorkomen dat de vloot in Britse handen viel. 52 schepen lagen na afloop op de bodem van de baai. Hiervan zijn er later 45 terug bovengehaald en verkocht als schroot.

 

scapa_flow.jpg
Het is op deze wrakken dat we willen duiken. Het eerste wrak waar we vandaag op duiken is de Dresden, een lichte kruiser gebouwd in 1917. 5531 ton zwaar, 155 meter lang en 14 meter breed. Bewapend met 8 150 mm kanonnen en 2 luchtafweerkanonnen en vier torpedobuizen. Het wrak ligt op 34 meter op de bakboordzijde. Het is een drukte op het dek als iedereen tegelijk zich klaarmaakt. Ik hijs me in mijn droogpak en controleer mijn duikset. Samen met Ronny sta ik te wachten wanneer de kapitein het sein geeft dat we te water mogen. We springen in het groene water en komen samen aan de boei. Een ok teken en dan volgen we de shotline naar onder. Al snel duikt het wrak onder ons op, we komen terecht op de stuurboordzijde van het wrak. We dalen verder af via het dek. De zichtbaarheid van het water en de temperatuur vallen goed mee. We zwemmen in de richting van het achterdek en bewonderen het imposante achterschip. Jammer dat de schroef ontbreekt. Dan gaan we terug richting van de boeg. De bovenbouw van de lichte kruiser heeft zich op de zeebodem neergelegd. De kanonnen steken nog net boven de zeebodem uit. Dan nog snel een blik op de boeg, want onze duiktijd zit er op. We stijgen op langs de romp en laten dan onze trappenboei op om onze veiligheidstrap te doen.
Als we aan boord klimmen wacht ons een leuke verrassing. Schipper James helpt ons aan boord door ons omhoog te trekken aan de kraan van onze fles. Allemaal opgelaten gezichten, iedereen is opgetogen na zo’n mooie eerste duik. Buiten ons vier zijn er nog zes Britten en twee Duitsers aan boord, die ook samen met ons in het cottage verblijven. De sfeer in de groep is direct prima. Om te lunchen varen we binnen in een klein haventje waar een oorlogsmuseum is gevestigd. We eten een heerlijke soep en lopen wat rond in het museum waarna het al weer tijd is om te vertrekken.
DSC_0106.JPG
De tweede duik is gepland op de F2. Gebouwd in 1936 en gebruikt als een experimenteel schip door de Duitse marine. 80 meter lang, 10 meter breed en 800 ton zwaar. Bewapend met twee 100 mm kanonnen. Na de tweede wereldoorlog in beslag genomen door de Britse marine en gezonken in 1946. Ze ligt 18 meter diep. Omdat het niet diep is hebben we rustig de tijd om het hele wrak te verkennen. Het achterschip is helemaal stuk maar de boeg is goed herkenbaar. Het voorste kanon staat nog trots op zijn sokkel. Er zit veel leven in de buurt. De F2 is door een touw verbonden met een bark die gebruikt werd als bergingschip en die gezonken is in 1968 tijdens een storm. In zijn ruim liggen nog de luchtafweerkanonnen van de F2 en allerhande kleine stukken. We verkennen dit schip het tweede deel van de duik. Na een uur relaxed duiken klimmen we weer aan boord.
Na de eerste drukke duikdag rest er niet veel meer dan wat douchen, wat eten en dan vroeg slapen. De volgende dag staat als eerste duik de Köln op het programma. Dit is een lichte kruiser van het zelfde type als de Dresden en ligt op zijn stuurboordzijde op 36 meter diepte. Om onze duiktijd te verlengen duiken Frank, Danny en ik met nitrox (29%). We dalen onmiddellijk af naar de bodem en gaan op zoek naar de achterste kanonnen, die nog in goede staat zijn. Dan verder naar het achterschip. De schroef ontbreekt, maar het grote roer is nog steeds indrukwekkend. We verliezen geen tijd en gaan via het dek naar de boeg. Op sommige plaatsen zitten grote gaten in de romp. De voorste kanonnen ontbreken, deze zijn geborgen. De afuiten zitten nog op hun plaats. We hebben nog tijd om de boeg te bekijken en nemen een korte decompressietijd voor lief. Dit wrak maakt echt een heel mooie indruk op ons. De schipper James is dan ook opgetogen als hij onze tevreden blikken ziet. How was your dive? (Standaard vraag van James) Very nice. Beantwoord met een brede grijns en twee duimen in de lucht, ook een handelsmerk van James.
In de namiddag is er een getijdeduik gepland op een blokadeschip, de Gobernador Bories. Daarom moeten we op tijd vertrekken uit Stromness, we mogen het tij niet missen! De Gobernador Bories is een 2500 ton stoomboot gebouwd in 1882 en afgezonken als blokadeschip in 1915. Ze ligt rechtop haar kiel op 16 meter diepte. Daar de getijdestroming kan oplopen tot 12 knopen is de planning strikt en de duiktijd maximum 45 minuten. Het wrak ligt mooi op een keienbodem omringt door kelp met veel leven erop. Grote zeeëgels, lipvissen, zeebaars. Niet erg spectaculair als wrak maar toch een mooie duik. Op de terugtocht merken we dat de stroming serieus aantrekt in Burra Sound. De stroming kan de golven hier zo opzwepen dat zelfs de Ferry er soms niet door geraakt.
Omdat we op tijd terug zijn maken we nog een lange wandeling door het dorp zodat we een goede eetlust hebben. We zoeken ons weer een gezellig restaurant uit en beëindigen de avond met een spelletje poker en een glas wiskhey.
De eerste duik vandaag is op de Brummer. De Brummer is een lichte mijnenleggende kruiser, bewapend met vier 150 mm kanonen en twee luchtafweerkanonnen. Ze had tevens 200 mijnen aan boord. Gebouwd 1915 in Stettin. Slechts 138 lang en 4308 ton zwaar, maar met 28 knopen erg snel. Net als de andere Duitse schepen is ze in 1919 tot zinken gebracht door de eigen bemanning. Ze ligt op stuurboordzijde op een maximum diepte van 36 meter. Ik en Frank duiken weer met nitrox 29% en ik neem ook mijn stagebottle mee met een decogas van 72%. We dalen af via de shotline en komen bij het achterschip terecht. Hier zijn de kanonnen nog in goede staat. Er gapen grote gaten in het dek waardoor we de ruimen verkennen. We volgen het dek en komen bij de indrukwekkende bovenbouw die in het zand ligt. Het voorste 150 mm kanon steekt fel af tegen het water. De Duitse duiker is bijna altijd in de buurt van de grote kanonnen te vinden. De dikke pansterplaten maken nog steeds indruk. Aan de boeg gekomen zwem ik enkele meters door om de indrukwekkende boeg van een afstand te bekijken. Onze decotijd tikt nu flink aan en we besluiten op te stijgen. Op 9 meter schakel ik over op mijn decogas en de traptijd verminderd hierdoor van 16 naar 6 minuten. Het duiken met de stage valt goed mee. Ik heb er geen hinder van op of in het wrak en ook het te water gaan en de trap op klimmen gaat prima. Alleen het aan clippen en los clippen valt me moeilijk.
kronp0004.JPG
Brummer 1
Omdat de duik ’s namiddags wat later uitvalt hebben we een beetje extra tijd in Stromness. We eten snel een broodje en springen dan in de wagen om het eiland te verkennen. We rijden tot aan de noordkust waar we enkele spectaculaire rotsformaties bewonderen. De rotsen lopen hier loodrecht in de zee en de branding spat uit elkaar op de rotsen, vergezeld van een stevige bries natuurlijk. We nemen snel enkele foto’s en rijden dan door naar de ‘Ring of Brodgar’. Dit zijn prehistorische stenen die in een grote cirkel opgesteld staan. Van de oorspronkelijke 60 stenen zijn er nog 36 over. We doen een rondje en springen dan in de auto om net op tijd terug te zijn bij de John L.
De tweede duik vandaag is weer een stromingsduik op de Tabarka. Dit is een Frans vrachtschip van 2624 ton dat in WO2 afgezonken werd als blokadeschip. Terwijl we ons klaarmaken zien we enkele zeehonden zich koesteren in de zon. We springen in het water en laten ons met de stroming mee naar het wrak glijden. Dit ligt omgekeerd in de zeebodem. Via een gat in de wand gaan we naar binnen. Het zicht is prachtig. Het lijkt wel een onderwaterloods. De wanden en spanten zijn uitbundig begroeid met zeeleven. Op de bodem liggen keien. We nemen rustig de tijd om rond te kijken. Aan het einde is een ‘zaal’ met enkele grote ketels. Daaronder een dikke kreeft. We gaan langs een gat terug  naar buiten en willen rond het wrak zwemmen. Als we rond de hoek gaan krijgt een formidabele stroming ons te pakken. Onze duiktijd is om dus stijgen we in de blauw en maken een korte veiligheidstrap. De duikgroepen komen door de stroming erg verspreid boven en de schipper heeft wat tijd nodig om iedereen aan boord te krijgen.
Deze avond gaan we met de ganse groep Indisch eten in Kirkwall. Met het busje van de duikclub gaan we er naar toe. De menu lijkt wel chinees voor mij. Ik kies maar iets uit en laat het mij smaken… enfin, toch niet zo mijn smaak. De curry smaakt veel te fel af. Maar de groep maakt een hoop leute en zo wordt het nog een gezellige avond.
Vandaag staat als eerste één van de grote slagschepen op het progamma, de Kronprinz Wilhelm. Het is een slagschip van de Königklasse. 175 meter lang en 30 meter breed.  25388 ton zwaar met een motor van 46200 PK. Bewapend met tien 300 mm kanonnen, veertien 150 mm kanonnen, twee luchtafweerkanonnen en vijf torpedobuizen. Ze ligt ondersteboven op een diepte van 38 meter. We dalen af langs de shotline en komen op 14 meter reeds op de kiel terecht. Het wrak toont echt indrukwekkend groot. We dalen verder af via de romp. De interessante dingen liggen verborgen onder het zand. Ik en Danny duiken met nitrox maar op deze diepte gaat het snel. En het wrak is zo groot dat ik er niet echt zicht op krijg. Veel te snel moeten we weer omhoog.
kronp0003.JPG
Kronprinz Wilhelm 1
We lunchen nu weer in het oorlogsmuseum en vertrekken van daar uit voor de namiddagduik op de Karlzruhe. Dit is een lichte kruiser van de Koningsberg 2 klasse. 7125 ton zwaar, 151 meter lang en 14 meter breed. De maximum diepte is 27 meter. De boeg is intact, zeer mooi met een uitgerolde ketting en een kaapstaander. Iets verder liggen de twee voorste kanonnen van 150 mm in het zand. De constructie om de kanonnen op hun plaats te houden en de pansterplaten ogen nu nog imposant. De rest van het wrak is in stukken gebroken. Een erg leuk namiddagduikje.
De schipper James zet ons af in een klein haventje, we gaan namelijk met de rest van de groep het eiland verkennen. Enkele Britten zijn met het busje gekomen en nemen ons eerst mee naar ‘The Italian Chappel’. Deze kapel werd in WO2 gebouwd met afvalmateriaal door Italiaanse krijgsgevangenen die er aan de Churchil bariers werkten. Heel mooi allemaal.
 
Via de Churchil bariers, betonnen versperringen die de doorgangen tussen de eilanden moesten versperren, rijden we naar een whiskey stokerij. De rondleiding eindigt natuurlijk in proeverij en koperij en met veel plezier… Door naar Kirkwall waar we de kerk bezoeken met natuurlijk het monument voor de gesneuvelden van de Royal Oak. Op onze terugweg bezoeken we nog eens de Ring of Brodgar en de Standing stones of Stenness. Dit is een kleine versie van de ring van Brodgar met 4 van de 12 stenen die nog staan. Boodschappen van onze verre voorouders. We ronden af met een bezoekje aan de pub.
De volgende dag wil James naar de Markgraf varen. Op aanraden van Tony gaan we echter terug duiken op de Kronprinz Wilhelm. De Markgraf is volgens hem juist hetzelfde, alleen dat deze nog dieper ligt, namelijk 44 meter. Dus duiken we terug op de Kronprinz. Ditmaal kunnen we al wat beter onze weg vinden. We glijden langs het imposante wrak naar beneden en durven al eens in de ruimen te gaan. Allemaal groots. Ineens valt mijn blik op een enorme cilinder; de kulas van één van de 300 mm kanonnen. Enorm…Danny ziet licht aan de andere kant van het ruim en doet teken. We zoeken onze weg dwars door het enorme schip en komen aan de andere kant weer naar buiten. Deze duik is totaal anders dan de vorige. Met een grote smile komen we dan ook boven zeer tot genoegen van James. Niet slecht voor mijn 900ste duik! Dit wordt gevierd met een flesje whiskey.
kronp0002.JPG
Kulas 300mm kanon 1
In de namiddag duiken we nog eens op de Karlzruhe. Daar het alweer de laatste avond is gaan we met de hele groep iets eten en we besluiten de avond in de pub.

Rest ons nog de laatste duikdag. We vertrekken vroeg zodat we straks op tijd terug zijn. De schipper laat ons kiezen en we gaan terug op de Köln, de lichte kruiser die al zo’n mooie indruk op ons gemaakt had. Ronny en ik dalen af langs het dek en bekijken eerst de voorste kanonnen. Dan zoeken we onze weg benedendeks en duiken zo van het achterschip helemaal tot aan de boeg op benedendekniveau het hele schip door. Prachtig maar jammer genoeg is onze duiktijd verstreken als we aan de boeg terug uit het wrak komen, Ronny duikt op lucht en dat scheelt wel wat in duiktijd. Maar we hebben allessinds iets te bespreken tijdens de lunch.
DSC_0228.JPG
Standing stones of Stenniss 1
Na onze stop in het oorlogsmuseum gaan we terug naar de F2, de laatste duik van deze trip. Ronny past en daarom ga ik met Frank en Danny. We verkennen eerst de ruimen van de bergingsbark en gaan dan langs het touw naar de F2. Ook hier gaan we weer naar binnen en daarna nog een laatste blik op het kanon. Veel te snel zijn we weer boven en nu is het een beetje stressen. Alle duikmateriaal moet terug afgebouwd en in de duiktassen gepropt. Want James zet ons af in een haventje vlakbij en Doughy van de duikbasis haalt ons op met het gammele busje. Zo zijn we op tijd terug in de cottage. Nog een snelle douche en dan alle koffers en duiktassen in Danny zijn pick-up. We zijn keurig op tijd om onze ferry terug naar het vasteland te halen. We schepen in en ook Leigh van de duikbasis reist met de ferry naar het vasteland, en zo kunnen we samen nog iets drinken op een geslaagde duiktrip.
Als we van de ferry komen wacht ons nog een trip naar Glasgow waar we om halftwaalf aankomen. Hier hebben we een overnachting geboekt. Na een slaapmutsje in de bar wacht ons een verdiende nachtrust.
De volgende morgen zitten we alweer in de auto en het gaat vlot richting Folkstone. Tot we Londen passeren. Wat dacht je. File natuurlijk. Alles staat potdicht owv een ongeval. Na een uurtje begint weer alles vlot te rijden en zo raken we toch tijdig in Folkstone om daar de Chunnel onder het kanaal te nemen. Op 35 minuten sta je in Calais. Nog een laatste stuk door België en zo komen we eindelijk moe maar tevreden weer thuis. En de volgende duiktrip… Die gaat waarschijnlijk weer naar warmere oorden.
Bedankt Frank, om deze trip te organiseren.
Bedankt Danny, om heel Groot Britanië door te rijden met je pick-up.
Bedankt Ronny, om mijn kamergenoot en duikbuddy te zijn.
Bedankt allemaal voor deze fantastische duiktrip!
Groetjes,

Koen